Gevlekte Scheerling

 

 

Mocht er behoefte zijn aan de ʻpil van Drionʼ, dan is de gevlekte scheerling een plantaardig middel. Wel moet u dan de juiste dosering instellen, want hoewel dit een zeer giftig kreng is, kan men bij onvoldoende dosering terugkeren van de ʻeeuwige kruidenveldenʼ. Vooral als hulpverleners weten waarmee men aan de zielsverhuizing is begonnen. In geval van – al dan niet gewenste – hulp dient men wel over een beademingsapparaat te beschikken of een geoefend mond-op-mondbeademer te zijn.

Volgens de overlevering is het meest bekende sterfgeval door de gevlekte scheerling dat van Socrates, zo bekend dat het eigenlijk niet de moeite van het vermelden waard is, omdat ik daarmee geen nieuwtje aan u vertel. Wel is het ooggetuigeverslag lezenswaard omdat de dood door scheerling een redelijk aantrekkelijke is, bekeken vanuit het perspectief dat als men toch wil of moet overlijden, het dan maar met scheerling moet, omdat het een redelijk milde dood moet zijn. Enid Bloch heeft er op de website van de Journal of the International Plato Society een tamelijk uitgebreid stuk over geschreven en omdat mijn Grieks (want het komt uit Plato’s Phaedo), niet zo best is, komt het stuk dat handelt over het verscheiden van Socrates mij best uit, om in het Nederlands vrij samen te kunnen vatten:

 

“De man [vermoedelijk de ʻbeulʼ – prm] legde de handen op Socrates en na een poosje onderzocht hij diens voeten en benen, hij kneep eens stevig in zijn voet en vroeg of hij dat voelde. Socrates antwoordde van niet. Na weer een poosje zijn dijen bevoelend en op die manier naar boven gaand liet hij zien dat hij [Socrates] steeds kouder en stijver werd. Weer betastte de ʻbeulʼ hem en vertelde dat als het [het gif] zijn hart zou bereiken hij zou zijn overleden. De kilheid had nu de omgeving van het kruis bereikt en toen het gezicht van Socrates, dat tot dusver bedekt was geweest, werd ontbloot, sprak Socrates zijn laatste woorden richting Crito: ʻCrito, we zijn Asclepius nog een haan schuldig. Betaal dat en je mag het niet vergeten.ʼ Crito beloofde het te zullen doen en vroeg of Socrates nog meer te zeggen had. Er kwam geen antwoord meer en [zijn gezicht moet intussen weer bedekt zijn geweest – prm] na een poosje bewoog hij [Crito – prm] en de oppasser ontblootte het gezicht weer, en de ogen bleken star. Toen Crito dat zag, sloot hij de ogen en mond van Socrates…”

 

Met het excuus voor de tussenvoegingen van mijn hand, ik moest de tekst een keer of wat lezen voor mijn begrip.

 

In Blochs betoog komt verder aan de orde dat dit verhaal over Socrates wel moet kloppen, omdat later onderzoek door ʻwetenschapsbeoefenarenʼ, die alles behalve werden gehinderd door ethisch besef, scheerling op zowel dieren als mensen uitprobeerden en dat beschreven.

Om het verhaal nog een beetje sappiger te maken, probeerden ze het ook op zichzelf uit en beschreven dan in detail hoe het ze verging. Telkens komt het erop neer dat er verlamming optreedt met verstijvingen, zonder pijnsensaties. Eerst worden de voeten en benen koud, verlamd, stijf en sensatieloos en raakt het lichaam steeds verder verlamd, totdat de longen ermee ophouden en dan het hart het begeeft. Tijdens de hele vergiftiging blijft de geest helder, tot de bloedsomloop de hersenen niet meer van zuurstof voorziet en de patiënt dus hersendood is.

Indien de dosering niet twee tot drie keer lethaal is, kan het proces te allen tijde door beademing, bij voorkeur met zuurstof, opgehouden worden. Als we de werking gaan bespreken, zal het u duidelijk worden waarom dat zo is.

Omdat het verscheiden door de gevlekte scheerling zo sensatieloos verloopt en de geest tot aan het einde helder blijt, lijkt me dit een redelijk te ondergaan proces en dus een plausibel alternatief voor de ʻpil van Drionʼ bij zoiets als euthanasie. Daarbij wordt nu een narcoticum gebruikt gevolgd door een spierverslapper; naar ik heb mogen waarnemen werkt dat bevredigend. Het is echter wel zo dat we niet kunnen weten of dat wel geheel pijnloos is, door het simpele feit dat de patiënt niet tot op het laatste moment helder blijft om te vertellen hoe het gaat.

Ik wil duidelijk zijn: euthanasie is in mijn ogen een grondrecht, waarbij de uitvoerend arts op basis van een aantal solide argumenten en de laatste wil van een patiënt daartoe overgaat. U kent de procedure. Ook is mijn idee over suïcide daarmee in de verte vergelijkbaar, als omstandigheden een mens zodanig tot wanhoop hebben gedreven dat er voor hem of haar geen andere uitweg over lijkt te blijven dan zelfdoding, dan: alstublieft, laat dat zo mild mogelijk zijn.

De scheidslijn tussen zelfdoding en euthanasie is in mijn ogen klein. Het voordeel van euthanasie ten opzichte van zelfdoding is dat er over de doodswens noodzakelijkerwijs gesproken moet worden met anderen en dat, als er geen sprake is van fysiek lijden, hulp op andere fronten mogelijk is en er het uiterste aan gedaan kan worden om het lijden bij leven te verminderen door zo mogelijk professionele hulp of medewerking van de direct betrokkenen.

Er zijn planten die bij geestelijk lijden hulp kunnen bieden, maar dat is van secundaire orde.Ik besef terdege dat dit onderwerp niet graag openlijk door kruidenminnaars en therapeuten wordt besproken, maar wat ik nog erger zou vinden is dat men door onwetendheid of door onnozelheid fouten zou maken. Vandaar deze lange intro voor dit kruid. Nu over naar de feiten van deze plant met haar giftige eigenschappen.

De namen:

 Conium maculatum L. (syn. Cicuta maculata Lam.) Familie Apiaceae (voorheen Umbelliferae).

Etymologie: Als eerste beschreven (althans bewaard gebleven tekst) door Theophrastus. Conium zou afgeleid zijn van het Griekse woord ‘kônos’, dat in relatie staat met ‘kegel’ of ‘helmknop, wat betrekking heeft op de bladvorm. Een andere uitleg heeft betrekking op de scherpe reuk van de plant: in het Grieks zou dat als ‘kônitis píssa’ vertaald kunnen worden.

Nederlands:          Gevlekte scheerling

Engels:                  Conium, Carrot Fern, Deadly hemlock, Foolʼs Parsley, Hemlock, Herb Bennet, Beaver Poison, Kecksies, Kex, Mother die, Poison, Poison hemlock, Poison parsley, Spotted cowbane, Spotted hemlock, Spotted parsley, St. Bennettʼs herb

Duits:                     Fleckenschierling, Gefleckter Schierling, Schierling; bij Fuchs: Wüterich

Frans:                     Ciguë tachée, Grande ciguë, Cigue, Ciguë tachetée, Ciguë maculée

Deens:                   Almindelig Skarntyde, Skarntyde, Plettet skarntyde

Zweeds:                Odört

Fins:                       Myrkkykatko, Täplikäs katko

Noors:                   Giftkjeks, Skarntyde, Flekk-kjeks

IJslands:               Eitruð plöntutegund

Italiaans:              Cicuta maggiore, Cicuta, Conium

Portugees:             Conium, Abioto, Ansarina-malhada, Cegude, Cicuta, Cicuta-de-Atenas, Cicuta-terrestre, Legude

Spaans:                 Cicuta

Iers:                       Moing mhear

Chinees:                毒参

Japans:               ドクニンジン

Turks:                    Baldıran, Ağuotu, Başdöndürenotu

Grieks:                   Κώνειο (Kõneion)

Ivriet:                    רוש עקוד

Arabisch:              شوكران, الشوكران الكبير / بسبس / طحماء

Russisch:              Болиголов пятнистый

Hongaars:            Bürök, Büdös bürök, Foltos bürök

Sloweens:             Mišjak pikasti, Pikasti mišjak

Tjechisch:             Bolehlav plamatý

Pools:                    Szczwół plamisty

 

Potjeslatijn:

 

Herba Conii maculati        = voor het kruid

Succus Conii maculati       = het verse sap

Semen Conii maculati       = het zaad (opmerking: in de meeste recepturen gaat men uit van onrijp zaad)

Tinctura Conii maculati   = tinctuur van welk plantendeel dan ook (meestal wordt een plantendeel aangeduid)

 

De bestanddelen:

 

Een bezending alkaloïden maakt de hoofdmoot uit van de meest interessante bestanddelen, normaal gesproken niet in al te grote hoeveelheden, maar dat maakt het niet minder effectief. Coniïne wordt als meest giftige deel opgegeven, maar de diosmine (een vorm van hesperidine; 4%) is ook een bekend middel in de geneeskunde, dat een samentrekkende werking heeft op de bloedvaten en dus innig met het alkaloïd coniïne samenwerkt.

Dit zijn de mij bekende inhoudstoffen:

Alfa-conhydrine herba, Arabino-4-O-Methyl-glucuron-oxylaan herba, Arabinose herba 7,000 ppm, Cafeïnezuur herba, Chlorogeenzuur herba, Conhydrine herba, Coniïne herba 16,500 – 17,500 ppm, Di- osmine herba 30,000 – 40,000 ppm, Extraheerbare organische bestanddelen herba 10,000 ppm, Ethyl- piperidine herba, Falcarinoloon herba, Falcarinoon herba, Vet semen 116,000 – 179,000 ppm,Gamma- coniïne herba, Lignine herba 320,000 ppm, N-Acetyl (+) coniïne herba, N-Acetyl (-)coniïne herba, N-Methyl (+)-coniïne herba, N-Methyl (-)-coniïne herba, Pentosanen herba 66,000 ppm, Eiwit semen 206,000 – 249,000 ppm, Pseudo-conhydrine herba, Urinezuur herba 33,000 ppm, Xylose herba 46,000 ppm.

 

semen = het zaad (wat niet geheel juist is, want in de familie waartoe de gevlekte scheerling behoort, de schermbloemenfamilie, spreekt men niet van zaden maar van vruchten)

herba = het kruid in zijn totaliteit (inclusief bloemen en vruchten)

Het gehalte varieert doorgaans per plantendeel. Zo wordt het aandeel coniïne in de wortel meestal bepaald op 0,05%, in de stengel op 0,06%, in de bladeren op 0,2% en in de bloemen op 0,24%. Je mag de vraag stellen of de van coniïne afgeleide bestanddelen bij elkaar op een hoop geveegd kunnen worden en of dat terecht is.

10.000 ppm = 1 %.

 

In de recepturen die ik heb gevonden wordt vaak het sap aangeduid als bron van het preparaat. Nu is het zo dat coniïne blootgesteld aan lucht een verval kent, zeg maar minder aanwezig raakt. Het is oplosbaar in diverse oplosmiddelen. Overigens is het ’t eerste alkaloïde dat gesynthetiseerd werd, zeg maar uit een oplossing van het kruid werd gezuiverd. Als het u interesseert, is op het wwweb het procédé terug te vinden. Alcohol is een van de genoemde oplosmiddelen, dus gezien het feit dat coniïne aan lucht blootgesteld niet stabiel blijft, is een tinctuur de aangewezen bewaarmethode, wil men enigszins betrouwbaar de therapeutische dosering geven. Let wel: ook in een alcoholische oplossing loopt het gehalte aan coniïne terug. Het is bij therapeutische toepassing altijd noodzakelijk een apotheker te consulteren die nog kan werken via de ʻmagistraleʼ bereidingen en het middel kan toetsen op gehaltes. Want afgezien van het ʻpil van Drionʼ-effect kent gevlekte scheerling wel helende toepassingen.

 

Het voorkomen:

 

De bloemen zijn wit, het onderste blad is drievoudig geveerd, de stengel glanzend met ronde holle bladstelen, meestal gevlekt, diep veerspletige blaadjes en gezaagde slippen. Lees verder de Flora erop na.

 

Let erop dat de levenscyclus van de gevlekte scheerling voor de niet botanisch geschoolde mens tot gevaarlijke vergissingen kan leiden. De familie van de schermbloemigen kent maar een paar echte giftige krengen, waarvan de dolle kervel, de hondskervel en de waterscheerling de prominente voorbeelden zijn. De meeste soorten zijn onschuldig van aard, nou ja onschuldig, ze hebben allemaal wel wat, maar niet zodanig dat ze op voorhand van menselijk gebruik uitgesloten zijn. De meeste zijn zelfs lekker en gezond.

De plant leeft doorgaans twee jaar. Het eerste jaar maakt het een rozet van bladeren met een vlezige penwortel, het tweede jaar maakt het een echte opgaande stengel van een meter tot bijna twee meter hoog. In dat jaar maakt het zijn vlekken op de stengel en soms ook op het blad die hem duidelijk herkenbaar maakt. Het eerste jaar van zijn/haar leven maakt het verhaal gevaarlijk, dan is het gemakkelijk aan te zien voor platte peterselie of selderij.

Dat overkwam een brave man in Schotland die van zijn dochters een broodje kreeg aangereikt met wilde peterselie, althans in die veronderstelling leefden ze, het was hem slecht bekomen. Vandaar dat bij ons de krullige variant van de peterselie aanbevolen wordt te gebruiken, je ziet ook niet zo vaak de ʻplatteʼ variant in de aanbieding (wel op boerenmarkten en in ecowinkels). De zaden zijn voor de leek al helemaal moeilijk te onderscheiden van die van andere familieleden zoals de komijn, de karwij en ook anijs. Trouwens, ik zou zelf ook niet een echt sluitende determinatie hiervoor kunnen geven, of beter gezegd durven geven. Niet zonder goed vergelijkingsmateriaal en binoculair. Ik houdt er voor mezelf ook een verzameling van zogenaamd geijkte zaden cq. vruchten op na. Een goede flora en studie kunnen veel problemen voorkomen. Heb je die kennis niet, zoek dan raad bij botanisten van de diverse verenigingen die van determineren een hobby maken. Maar ook dan is het oppassen.

Conium maculatum Gevlekte Scheerling in het Begijnhof van Breda

Standplaats:

 

Redelijk vochtige ondergrond met veel organische stof is het lievelingsplekje voor de gevlekte scheerling, niet al te intensief zonnetje erop en de scheerling heeft het opperbest. De verspreidingskaart van de Floron geeft een aardige spreiding in het Nederlandse en ook in België is ze op veel plaatsen te vinden. De bakermat is niet precies te bepalen. Gezien het karakter van de plant zal de mens wel verantwoordelijk zijn voor het enorme verspreidingsgebied. Vandaar dat ze de plant in zoveel landen konden benoemen. Op verjaarsvisite bij mijn broer in Nuenen, vond ik de scheerling letterlijk naast de deur in wat gemeentelijke beplanting tussen de struiken. Met gemak hadden we daarmee de hele wijk kunnen ontvolken en mogelijk ook nog de helft van Eindhoven.

 

Werking:

 

De coniïne met name is verantwoordelijk voor een blokkade in het berichtenverkeer tussen cellen van het spierweefsel. Daardoor raken de spieren in een verlamming die veel overeenkomsten vertoont met het effect van curare, een gif uit Zuid-Amerika dat door de lokale bevolking is ontwikkeld. Maar ook heeft de verlamming veel overeenkomsten met het syndroom van Guillian-Barré, dat meestal bij nader onderzoek het gevolg blijkt te zijn van ingrijpende medicatie bij auto-immuunproblemen maar soms na vaccinaties als tegen de griep. Niet iedereen is daar even gevoelig voor, je zal het maar treffen. Overgaand in een toestand die wel medisch wordt aangeduid met hypoxia (dan worden de gevolgen van het zuurstofgebrek duidelijk), omdat de dan meestal ontstane stuipen door de verlamming wordt gemaskeerd, zie je dit geheel anders verlopen dan bij zuurstofgebrek bij ʻnormalereʼ omstandigheden. Als gedemonstreerd in een televisieprogramma, waarbij een van de presentators zichzelf als ʻproefkonijnʼ liet gebruiken in een vacuümtank van de luchtmacht. De vergiftigingsverschijnselen treden bij een lethale dosering, of één ruim daarboven, op binnen een halfuur. Afhankelijk van de dosering zal na drie kwartier tot een uur de dood zijn ingetreden. Lage en minimale doseringen geven soms over acht dagen verlammingsverschijnselen te zien. Het is van belang dan de vergiftigde van grote hoeveelheden zuurstof te voorzien tijdens de recuperatie. Als ten gevolge van het gebrek aan zuurstof geen beschadigingen van het weefsel zijn opgetreden, is volledig herstel mogelijk.

Omdat de berichtgeving vanuit de spierweefsels en ook vanuit het zenuwstelsel door de eerder genoemde blokkades afwezig is, zullen pijnsensaties niet kunnen worden ervaren, dat was handig gebleken als lokale pijnbestrijding. Bij wijze van spreken schakelt men de pijnsensatie uit op plaatsen waar men bijvoorbeeld een heftige kneuzing heeft opgelopen door uitwendig een aftreksel of sap uit gekneusde plantendelen aan te brengen. Daar waren ze al vroeg in de geschiedenis achter. Vooral militair van belang. De smaak van coniïne is vrij bitter en scherp en zal niet ongemerkt iemand in de maag kunnen worden gesplitst. Dus als sluipmoordenaar in een neutraal smakende oplossing niet geschikt. Tenzij je natuurlijk zo slim bent de smaak te maskeren met een sterk smakend familielid van de scheerling en die zijn er genoeg. Pathologen zullen vrij gemakkelijk kunnen bepalen dat niet het syndroom van Guillian-Barré verantwoordelijk zal zijn, maar een geniepige aanval op de overledene.

Overigens laat Bloch weten dat ze vermoedt dat de meeste moderne geneesheren niet meteen aan gevlekte scheerling zullen denken bij de verschijnselen, het is voor hen vaak te zeldzaam voorkomend. Vermoedelijk zullen veeartsen het beter kunnen onderscheiden, omdat bij vee in minder goed onderhouden weilanden of bospercelen vergiftigingen vaker voorkomen.

Dodoens heeft in zijn beschrijving van de gevlekte scheerling een aardige opmerking: hij schrijft dat een kompres van de gevlekte scheerling op de jongeheer van jongetjes gelegd deze klein laat blijven. Wat daar het voordeel van is, kan ik niet bevatten. In die tijd werd misschien een ferm uitgevallen geslachtsdeel minder aantrekkelijk gevonden, wat weer wordt tegengesproken door de modieuze flinke uitbouwen in strakke broeken die nog te zien zijn in standbeelden uit die tijd. Ook meisjes die, genetisch bepaald, een fors uitgevoerde boezem konden verwachten, konden op die manier behandeld worden, waarbij de beperking van verminderde performance van de borsten op het gebied van borstvoeding waarschuwend werd meegegeven. Cosmetisch dus een mogelijk werkterrein.

In hetzelfde hoofdstuk fulmineert Dodoens ook nog even richting apothekers: sommigen van hen verkochten zonder enige scrupules zaden van de gevlekte scheerling, al dan niet gemengd met andere zaden die wat duurder in aanschaf waren, of als ondoordacht therapeuticum tegen allerhande kwalen. In principe verkochten ze de dood.

Hij gebruikte het woord venijn, wat etymologisch van Venus afkomt. In de vierde graad droog en koud. Dodoens zal wel geweten hebben dat Venus er dan weinig mee van doen heeft.

De bij de bestanddelen genoemde diosmine heeft eigenschappen die breder liggen dan die van coniïne. Aan deze stof worden de volgende werkingen toegeschreven:

Bescherming van de weefsels tegen cytostatica, bescherming tegen kankerverwekkers, ontstekingwerend, tegen aambeien, tegen melanomen, lage bloeddruk, spataderen, tegen metastasen en nog meer van dat soort ongerief.

Het gehalte is vier procent tegenover ongeveer de anderhalf de hoeveelheid aan coniïne, dat maakt wat diosmine betreft, het gebruik tegen deze kwalen wat minder aantrekkelijk. Dan kunt u beter omzien naar het gebruik van Hysop (Hyssopus officinalis) die vergelijkbare concentraties en zelfs nog hoger bevat en niet de coniïne.

Chlorogeenzuur heeft een aantal analoge eigenschappen als diosmine, maar ook bij die stof kunnen we profiteren van planten die vergelijkbare hoeveelheden en meer bezitten. Het is een antagonist van cafeïne en cafeïnezuur en komt in koffie veel voor.

 

 

 

Dosering:

 

Het blad wordt verondersteld dodelijk te zijn bij 3 gram vers materiaal. Dat is een dosering waar we niet mee uit de voeten kunnen omdat die afhankelijk is van seizoen en standplaats. Om een dosering vast te stellen die het gebruik van gevlekte scheerling aanvaardbaar maakt, moeten we van een tinctuur uitgaan waarvan is vastgesteld welke concentratie deze heeft op het moment van toepassen. Dit kan alleen door een apotheker of een chemisch lab dat daartoe is uitgerust.

Wel is de lethale dosis voor coniïne vastgesteld (de zgn. Ld 50: de hoeveelheid waarbij vijftig procent van de bevolking vooraf zijn uitvaartpolis moet raadplegen), deze is The LD50 (muis; toegediend in vivo – levende dieren – voor R-(-)-coniïne ~7 mg/kg; voor een schijnbaar inactieve vorm ~8 mg/kg; voor S-(+)-coniine ~12 mg/kg).[22]    

Dat komt dus, bij een gemiddeld persoon van circa één meter tachtig en een gewicht van tussen de zeventig en vijfenzeventig kilo, neer op 490 tot 500 mg, zegge: een halve gram. Dus die drie gram blad kan niet kloppen

(raadpleeg de link [22] voor verwijzing op het web voor de bron).

 

Ergo, we laten de preparaten en het voorschrift van coniumpreparaten aan arts en apotheker.

 

Er zijn preparaten in de handel via het web van onder andere Weleda, maar de vrije handel in Nederland is verboden. Deze zijn recept plichtig en worden voorgeschreven bij knobbels in de borst wat een analogie heeft met borstkanker maar hoofddoel is knobbels en verkalkte melkklieren niet zijnde carcinomen, zo vertelde de verantwoordelijke apotheker van Weleda.

 

Bijwerkingen en contraindicaties:

 

Het zal duidelijk zijn dat de werking binnen een heel klein spectrum zal vallen, therapeutische doseringen, zo die door een arts worden voorgeschreven, moeten rekenen op tegenwerking of versterking door warfarineachtige preparaten en bloedstollingsremmers zoals Clopidogrel en ook vaatverwijdende medicijnen kunnen dan niet gelijktijdig worden gebruikt.

 

Toepassingsterrein:

(wie andere plantbesprekingen van mij kent = gebruiken bij)

 

  • Kinkhoest
  • Migraine
  • Tumoren
  • Angiogenese
  • Pijnbestrijding
  • Wondontsmetting
  • Aambeien
  • Melanomen
  • Couperose
  • Borstkanker
  • Vaatziekten
  • Lymfeklierontstekingen en vollopende klieren na borstoperaties
  • Ejaculatie praecox (vooral in de zin van natte dromen)

 

Al met al toch nog wel een indrukwekkende lijst van gunstige eigenschappen, die alle wetenschappelijk onderzoek behoeven, zodat duidelijker wordt welke doseringen gebruikt moeten en kunnen worden en dan ook effectief zijn.

Van homeopathische toepassing bij borstkanker heb ik wel onderzoeksrapporten gelezen waaruit zou blijken dat coniïne niet effectief zou zijn, maar deze zijn in vitro uitgevoerd op celkweken van de tumoren. Hahnemann zou zich omdraaien in zijn graf, bij een dergelijke interpretatie van de homeopathie. Maar alas, het zij zo.

Ik ben een groot voorstander van vrij gebruik van plantaardige oplossingen, maar in deze blijf ik uitermate terughoudend omdat er misschien eenvoudiger remedies zijn aan te wijzen.

 

Discussie:

 

Bijna alle bronnen spreken elkaar tegen over de keuze van het plantendeel dat gebruikt moet worden voor het bereiden van de scheerlingpreparaten. De een roept: ga uit van het sap, de ander roept dat men uit moet gaan van het zaad, weer anderen menen… Telkens wat anders. Dioscurides is er onduidelijk over, Dodoens rept vooral over de apothekers van die tijd die nogal venijnig bezig waren.

Het meest aannemelijk is dat men het beste uit kan gaan van geforceerd gedroogde bladeren van de bloeiende plant (bij ca. 45 graden Celsius in geventileerde stoof). Deze wordt dan volgens de oude traditie getrokken op alcohol van ca. 50%, waaraan 0,5 % zoutzuur is toegevoegd. Gezien de ernst van het beestje maakt men een tinctuur van 1:100, waar normaal 1:10 gebruikelijk is en 1:5 voor minder riskante planten.

Merkc, de oprichter van de farmaceut van die naam, maakte in de negentiende eeuw de opmerking dat hij slechts twee werkingen aan coniïne toeschreef. Dat doet geen recht aan de overige toegeschreven werkingen. Dus zal de scheerling zijn werking ook aan de overige bestanddelen te danken hebben. Voor de werkingen die ik noemde bij diosmine kan men omzien naar Hysop, zoals gezegd. Lijkt me een stuk veiliger in het gebruik.

 

Als men, zoals ik in de introductie meldde, de gevlekte scheerling wil gebruiken als middel bij euthanasie, kan men mogelijk het beste uitgaan van de 1:5 tinctuur. Deze heeft een minder groot verval van de coniïne over de loop der tijd. We hoeven dan minder vaak de boel te verversen. Vooral bij zelfhulp (Drion) is het de geruststellende gedachte dat men, als men er een einde aan wil maken, dat ook kan en dat kunnen zorgt er weer voor dat het voorhanden hebben vaak tot uitstel en zelfs tot afstel leid. Dan kan het voorkomen dat het preparaat na lange tijd niet meer het (alsnog) gewenste resultaat geeft.

In het besef dat deze behandeling van een kruid een hoop discussie kan opleveren, vind ik toch dat ik u deze aspecten niet mag onthouden.

De redactie van Plantaardigheden.nl kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de door mij gebezigde teksten en uitgesproken opvattingen. U kunt op “Plantaardigheden & Pollekens” op plantaardigheden.nu uw mening geven over de stellingen en ook de tekst in zijn algemeenheid bespreken of vragen stellen. Het beste schrijft u een berichtje aan pollekens@gmail.com waarna als resultaat van de correspondentie deze geplaatst kan worden.

 

Breda, juni 2013.

 

Paul Munnik

 

Bronnen (onder andere):

King’s American Dispensatory, 1898

Kruidengids                                                        Ingrid Gabriel 1978

http://www.ars-grin.gov/duke/                       Database van James Duke

Etymologisches Wörterbuch                           Helmut Genaust 1996

New Kreüterbuch                                              Leonhart Fuchs 1543

Did Plato tell the Truth?                                  Enid Bloch (http://www3.nd.edu/plato/bloch.htm) 2001

Pharmacotherapeutisch Compendium          H. Pinkhof en P. v.d. Wielen 1917

Therapie Compendium                                     H.R.M. de Haan 1946

Heukels’ Flora van Nederland                       Ruud van der Meijden 2005

Website Floron

Leesmaar.nl – Dodoens                                    (http://www.plantaardigheden.nl)

Materia medica vegetabilis                             E.F. Steinmetz 1954